Juridisch

Google hoeft zoekresultaten over een veroordeelde crimineel niet te censureren.
11-04-2014

Dat heeft het Gerechtshof in Amsterdam dinsdag geoordeeld na hoger beroep van de aanklager. De zaak is vorig jaar aangespannen door de veroordeelde Arthur van M., die schuldig werd bevonden aan uitlokking voor huurmoord. 

Het Europees Hof besloot in mei van 2014 dat zoekmachines resultaten die niet meer relevant of schadelijk zijn in sommige gevallen moeten verwijderen als de betreffende persoon daarom vraagt. Dit geldt echter niet voor veroordeelde criminelen, zo heeft het Gerechtshof besloten.

Peter R. de Vries

Van M. wilde dat Google de zoekresultaten over een uitzending van Peter R. de Vries die bij zijn naam voorkomen verwijderde. Bij het invoeren van zijn naam bij Google verschijnt daarnaast automatisch 'Peter R. de Vries' achter zijn naam, wat duidt op een relevante extra zoekopdracht.

Google heeft wel enkele zoekresultaten over Van M. verwijderd, die volgens de zoekgigant niet meer relevant waren. Dat was volgens Van M. echter niet genoeg; hij wilde alle zoekresultaten over zijn veroordeling uit de zoekmachine halen.

_______________

Kabinet: adviesrecht voor slachtoffers misdrijf

Nieuwsbericht | 08-03-2014

Het spreekrecht voor slachtoffers van ernstige misdrijven wordt aangevuld met een adviesrecht. Straks kunnen slachtoffers op de terechtzitting ook zeggen wat ze vinden van (bijvoorbeeld) de schuld van de verdachte en wat de straf zou moeten worden. Het adviesrecht biedt het slachtoffer de mogelijkheid zich gemotiveerd uit te laten over de door hem gewenste uitspraak. Tot nu toe kunnen slachtoffers zich alleen uitlaten over wat het strafbare feit voor hen persoonlijk heeft betekend. Dit staat in een wetsvoorstel van staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) dat naar de Raad van State wordt verzonden.

Het bestaande spreekrecht biedt het slachtoffer de mogelijkheid om ononderbroken en zonder ondervraging zijn verhaal te doen over de gevolgen die het misdrijf voor hem of haar persoonlijk heeft(gehad). Bij de voorgenomen uitbreiding ligt dit anders: als het slachtoffer op zitting een verklaring aflegt, die belastend is voor de verdachte, moet de verdachte de gelegenheid krijgen om deze verklaring te betwisten en het slachtoffer daarover vragen te stellen. Het slachtoffer wordt dan als getuige beëdigd.

Het kabinet wil daarom een duidelijk onderscheid maken tussen het bestaande spreekrecht en de nu voorgenomen uitbreiding, die adviesrecht wordt genoemd. Dit stelt het slachtoffer in staat zich uit te laten over de beslissingen die de rechter in de strafzaak moet nemen, zoals het bewijs van het feit, de schuld van de verdachte en de hoogte van de straf.

Het slachtoffer kan tijdens de zitting gebruik maken van zijn spreekrecht en zijn adviesrecht, maar het hoeft niet. De rechter, die de regie heeft tijdens de zitting, zal aan het slachtoffer aangeven wanneer het spreekrecht overgaat in het adviesrecht. Het slachtoffer wordt daar tevoren ook al op voorbereid door Slachtofferhulp Nederland en de officier van justitie.

Overigens blijft het slachtoffer procesdeelnemer en wordt hij geen zelfstandige procespartij. Ook is er voor hem geen rol weggelegd als zogeheten Nebenklager; het Openbaar Ministerie blijft de baas over de vervolging. De voorgestelde uitbreiding van het spreekrecht kan binnen de huidige structuur van het strafproces vorm krijgen. Het biedt het slachtoffer de mogelijkheid om zich uit te laten over de straftoemeting, maar het is niet nodig daarvoor een “tweefasenproces” in te voeren, zo blijkt uit een onderzoek naar de voor- en nadelen daarvan.

_______________

NIET ELKE DADER HEEFT RECHT OP EEN NIEUW SLACHTOFFER

Joost Eerdmans

Het grootste misverstand over het nut van straffen is dat straffen alleen moeten werken voor daders. Het tweede misverstand is dat nabestaanden alleen de hoogste boom willen voor de moordenaar van hun kind of andere naaste.

Kern van ons moderne strafrecht is dat het, sinds in 1886 de Code Pénal door Napoleon werd ingevoerd, volledig in het teken van de dader en zijn daad staat. Een uitgedeelde straf moet voor de dader ‘zin’ hebben, Zeker, door effectief te straffen moeten we nieuwe misdrijven zien te voorkomen. Gevolg van de enorme focus op de omstandigheden van de dader is echter dat zij geregeld worden gezien als de ware slachtoffers (eenzame jeugd, verslaafde ouders, enz.). Leest u Theodore Dalrymple(1) er anders nog maar eens op na. In financieel opzicht wordt die lijn doorgetrokken: in Nederland voor daders 50x zoveel geld (2,5 miljard) gereserveerd dan voor slachtoffers van gewelds-, vermogens- en vandalismedelicten(50 miljoen)(2), terwijl er 100x zoveel slachtoffers zijn. Daarnaast hebben slachtoffers nog altijd geen serieuze schadevergoedingsregeling. Het wetsvoorstel Affectieschade sneuvelde in 2010 in de Senaat. Inmiddels wachten slachtoffers al langer dan 10 jaar op een fatsoenlijke regeling voor smartengeld. Een schandaal.

Terugkeer van de dader in de samenleving is sinds lange tijd het uitgangspunt in de strafwet en ook in de penitentiaire beginselenwet. Rust voor slachtoffer en maatschappij staat op het tweede plan en is dus feitelijk ondergeschikt. Het gevolg is secundaire victimisatie van slachtoffers en nabestaanden: ze worden twee keer slachtoffer.

Grofweg bestaan er in de literatuur twee botsende straftheorieën:

  • De absolute, die stelt dat de rechtvaardiging van de straf ligt in het misdrijf zelf. Het doel is gerechtigheid. Misdrijven voorkomen door middel van straf is secundair. De Staat is geen pedagoog.
  • De relatieve straftheorie gaat ervan uit dat straf juist een middel is tot minder criminaliteit. Straf moet zijn nut hebben.
Al sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw domineert de relatieve straftheorie, dankzij de opkomst van de sociale wetenschappen. Misdaad werd wetenschappelijk verklaard uit biologische, psychische en sociale factoren. Criminaliteit lag nooit aan de dader, maar aan diens omstandigheden. Een vrije wil bestaat niet. Maar wat we in de praktijk zien is dat, welke vormen van resocialisatie er ook bedacht zijn, de recidive van misdaad ongekend hoog blijft - op ruim 70%. De Staat is dus een beroerde pedagoog.

Welke zijn nu de strafdoelen die we willen nastreven?

  • Gerechtigheid
  • Vergelding/afschrikking (en dat betekent niet oog om oog tand om tand, want een moordenaar brengen we – gelukkig – niet om)
  • Preventie (generaal en specifiek)
Uit onderzoek van de Raad voor de Rechtspraak(3) bleek dat maarliefst 86% van de Nederlanders vindt dat onze rechters te soft straffen. Dat zijn dus heel erg veel populisten. De maatschappij verlangt naar meer vergelding en hogere straffen, maar de rechtspraak gaat daar slechts ten dele en met tegenzin in mee. Het is het beeld van een soldaat die niet wil vechten. Wie wil er nu eigenlijk dat iemand als Robert M nog vrijkomt? Een man die het misbruik 85 kinderen heeft toegegeven krijgt een straf 18 jaar met tbs. En dus een gerede kans op verlof en vrijlating. Ook moordmachine Paul S. (viervoudige moord op zijn schoonfamilie) kreeg dankzij de opgelegde straf (ook 18 jaar en tbs) uitzicht op een nieuw leven. Nabestaande en de enige overlevende van het bloedbad, Marlies Heuts, heeft levenslang. Nederlandse rechters zijn dus inderdaad streng, voor de slachtoffers.

Het gaat bij grote maatschappelijke onvrede ook vaak om onbegrijpelijke verschillen tussen straffen. We stoppen iemand twee jaar in een gesticht voor het gooien van een waxinelichthouder maar geven een Schiedamse wegpiraat die met 150 km p/u door een woonwijk scheurt en daarbij in feite opzettelijk vier mensen doodt, 9 jaar cel, dus netto nog geen 20 maanden voor elk slachtoffer. Ik kan hier namens het Burgercomité een lijst van ‘dwalingen’ aan toevoegen, die wij jaarlijks aan het einde van het jaar publiceren op onze website.

Vaak wordt beweerd dat Nederland binnen Europa al aan de top zit qua strenge straffen. Het grote SPACE onderzoek uit 2010(4) uitgevoerd door het Zwitserse Institut de Criminologie et de Droit Penal van de Universiteit van Lausanne laat het tegenovergestelde zien: Nederland bungelt met een gemiddelde van 3,5 maand detentie vrijwel helemaal onderaan. SPACE is een van de meest uitgebreide comparatieve en meerjarige onderzoeken naar detentie in Europa. Ook voor wat betreft aantallen gevangenen per 100.000 inwoners zitten we inmiddels aan de onderkant. Dat komt omdat veel misdadigers bij ons de gevangenis niet eens halen, maar een taakstraf krijgen of geldboete van het OM. Kijk eens naar de gemiddelde straffen in Oost-Europa: Bulgarije 18 maanden, Polen 11 maanden, Roemenië 26 (!) maanden. Je begrijpt meteen waarom criminele Bulgaren en Roemen liever hier komen roven dan in eigen land. Tot slot de levenslang gestraften. Het aantal mensen dat levenslang heeft, vierendertig, is vrijwel nergens zo laag als in Nederland. In België zijn het er al tien keer zoveel en in Duitsland bijna honderd keer zoveel.

Ik ben en blijf een groot voorstander van de invoering van minimumstraffen. Waarom? Omdat onze wetten inmiddels wel streng genoeg zijn, maar onze rechters niet. Het is toch buitengewoon eigenaardig en vooral gevaarlijk, dat onze rechters een onbegrensde vrijheid hebben, terwijl de wetgever uit pure wanhoop jaar in jaar uit de strafmaxima verhoogde. Er zijn inmiddels dan ook enorme verschillen aan het licht gekomen tussen de gemiddelde opgelegde straffen voor bijvoorbeeld levensdelicten en de wettelijk geldende maxima(5). Dit wakkert het wantrouwen in de rechtspraak alleen maar aan. Of denkt u dat de opgelegde taakstraffen voor de zware ongeregeldheden in Haren op applaus van de bevolking konden rekenen? Minimumstraffen bevorderen overigens niet alleen het vertrouwen in de rechtspraak, maar ook de rechtszekerheid en de rechtseenheid. Dat moet juristen toch als muziek in de oren klinken.

Een belangrijke verklaring voor de lage straffen in ons land vormen de ‘oriëntatierichtlijnen voor straftoemeting’ opgesteld door de Commissie Rechtseenheid van het Landelijk Overleg van Voorzitters der Strafsectoren (LOVS). Ze vormen de basis van de strafopleggingen en wijken extreem af van de strafmaxima die de wetgever heeft bepaald. Het is natuurlijk goed dat rechtbanken in het land bij gelijke delicten ongeveer dezelfde straffen uitdelen, maar deze adviesnormen slaan werkelijk alles.
Kijk even mee en huiver:
* Openlijke geweldpleging (in geval van spoor van vernieling na het uitgaan): de landelijke adviesnorm is 60 uur taakstraf, terwijl het wettelijk maximum 6 jaar cel is.
* Zware mishandeling: de adviesnorm is 6 maanden cel, het wettelijk maximum 8-12 jaar.
* Verkrachting: de adviesnorm is 24 maanden cel, het wettelijk maximum 12 jaar.
* Dodelijk verkeersongeval door roekeloos rijgedrag: adviesnorm 8 maanden cel, wettelijk maximum 6 jaar.

Deze standaardstraffen staan in geen enkele verhouding tot de ernst en de impact van de delicten. Dit soort misdrijven leiden vaak tot grote maatschappelijke verontwaardiging. Het is onbegrijpelijk dat de rechterlijke macht zulke lage straffen als uitgangspunt neemt. Bij deze geadviseerde strafopleggingen geldt ook nog eens dat men 1/3 van de straf voorwaardelijk kado krijgt. We kunnen in dit kader dus veel beter spreken van schijnstraffen. Op alle uitspraken die we lezen in krant en vonnis wordt vrijwel standaard eenderde in mindering gebracht. Het is net als met de lasagne in de supermarkt: er zit paardenvlees in, maar het staat alleen niet op het etiket.

De Rechtbanken in Rotterdam en Den Haag maken het trouwens helemaal bont door zelfs voor de levensdelicten moord en doodslag indicaties op te leggen van respectievelijk 14 jaar cel voor moord en 8 jaar voor doodslag. Dat betekent dus dat een moord, na aftrek, in zowel Rotterdam als Den Haag gemiddeld met netto 9,5 jaar cel wordt bestraft en doodslag gemiddeld met slechts 5,3 jaar. Ik zie daarom graag een andere richtlijn komen voor rechters: ga bij bepaling van de strafmaat altijd uit van het wettelijk strafmaximum en verlaag dit al naar gelang relevante factoren in beeld komen waarmee de straf lager uit kan komen.

De ervaringen met minimumstraffen in onze buurlanden zijn bemoedigend. In Duitsland zit driekwart van de moordenaars een levenslange minimumstraf uit en in Frankrijk de helft van de zware misdadigers(6). Ikzelf heb een grote voorkeur voor het Engelse systeem, waarbij alleen de levensdelicten moord en doodslag onder het regime van minimumstraffen vallen. Uiteraard blijven in het stelsel van minimumstraffen ook de traditionele strafuitsluitingsgronden (noodweer, psychische overmacht, battered women syndrome, etc.) bestaan. In het buitenland werkt dat prima.

Hoe dan ook zal het signaal van hogere (minimum)straffen aan (potentiële) misdadigers glashelder zijn: U bent gewaarschuwd. If you don’t want the time, don’t do the crime! zoals de Britse minister van Justitie Howard in 1997 bij de invoering in Engeland en Wales treffend zei.

Maar, zo hoor ik altijd, zwaardere straffen helpen niet, kijk toch naar de Verenigde Staten!

Een reactie.

  • 1) Het valt mij in de eerste plaats altijd op dat de mensen die deze opmerking maken vaak vinden dat strenger straffen natuurlijk wél helpt in geval van milieuverpestende bedrijven, hardrijdende automobilisten en te laat betaalde belastingen. Maar nooit bij winkeldieven, bejaardenberovers en geweldplegers. Curieus.
  • 2) Dan een correctie. De VS zitten op het laagste criminaliteitsniveau in bijna 40 jaar terwijl de bevolking in dezelfde tijd met honderd miljoen is gegroeid(7). Met uitzondering van Canada hebben de VS vrijwel de laagste moord- en doodslagcijfers per 100.000 inwoners van beide Amerikaanse continenten. Grotendeels dankzij strenger straffen.
  • 3) Daarbij, voor wie helpen straffen niet? Ik denk dat slachtoffers en het gehele niet-criminele deel van de samenleving er juist erg veel baat bij hebben.
  • 4) Het echte probleem in Amerika zijn niet de lange straffen, maar de legale en illegale wapenwedloop. Inmiddels zijn er meer wapens dan inwoners in de VS. Gelukkig begint men onder aanvoering van President Obama eindelijk te morrelen aan de ridicul

Laten we eens wat dichter bij huis blijven. Aan de Universiteit van Tilburg (Tilburg University) deed misdaadeconoom Ben Vollaard in de periode 2001-2007 onderzoek naar het effect van langer straffen. Conclusie: langdurig opsluiten van veelplegers is “uitzonderlijk effectief”. Hij deed vergelijkend onderzoek in 12 steden. De auto- en woninginbraken daalden er met een spectaculaire 30%(8).

Vollaard’s onderzoek wordt ondersteund vanuit het Rechtswetenschappelijk Onderzoekscentrum te Leiden, waar Ben van Velthoven (Universitair hoofddocent Rechtseconomie Faculteit Rechtseconomie) concludeerde: “alle wetenschappelijke kennis leidt tot 1 ding: gevangenisstraf heeft een negatief effect op criminaliteit”(9). De Amerikaanse onderzoeker Stevin Levitt(10) beargumenteert precies hetzelfde. Zie de grootste stad van Amerika: New York City, dat dankzij de zero tolerance aanpak van burgemeester Rudy Guliani in de jaren ’90 een ongekende daling van het aantal moorden en roofovervallen liet zien.

Gebrek aan kennis onder burgers wordt vaak als oorzaak aangewezen voor hun sterke punitiviteit. Echter, ook al worden burgers breder geïnformeerd dan nog valt een grote discrepantie op met de beoordeling door rechters. Er blijkt nog steeds een gapend gat te liggen tussen wat burgers en rechters een rechtvaardige straf vinden. Zelfs ter zake goed geïnformeerde leken straffen aanzienlijk hoger dan de beroepsrechters(11). En dat oordeel is gelukkig niet aan een bepaalde maatschappelijke of politieke stroming gekoppeld. Het leeft breed.

Dat er inmiddels een grote vertrouwensbreuk bestaat tussen bevolking en rechters, blijkt ook het onderzoek van de Raad voor de Rechtspraak vorig jaar: 1 op de 3 burgers heeft geen of weinig vertrouwen in de rechtspraak(12).  Deze cijfers dienen ons allemaal grote zorgen te baren. Willen we dat vertrouwen herstellen en de rechtsstaat rechtvaardiger maken, dan zullen onze rechters strenger moeten gaan straffen en zal ons Wetboek van Strafrecht dringend gemoderniseerd moeten worden. Dat betekent een transformatie van dadergericht naar slachtoffergericht. Het niet-criminele deel van onze samenleving snakt naar een betere strafrechtelijke bescherming. Want wie barmhartig is voor de wolven, doet onrecht aan de schapen.

Joost Eerdmans is lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam en voorzitter van het Burgercomité tegen Onrecht.

(1) O.a. Leven aan de Onderkant 2001
(2) Begrotingen DJI Ministerie van Justitie en Slachtofferzorg 2012
(3) Raad voor de Rechtspraak 2010
(4) SPACE-1 Council of Europe Annual Penal Statistics 2010 http://www.coe.int/t/DGHL/STANDARDSETTING/CDPC/CDPC%20documents/SPACE-1_2010_English.pdf
(5) NL Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving 2006
(6) De minimumstraf opnieuw bezien, Prof. P.J.P. Tak 2010
(7) O.a. http://www.wanttoknow.info/g/violent_crime_rates_reduction 2010
(8) http://bit.ly/15IKyht
(9) G. Suurmond en B.C.J. van Velthoven in Justitiële Verkenningen ‘Werkt gevangenisstraf echt niet? Criminologen als struisvogels’ 2/2008
(10) Stanford University 2004
(11) Raad voor de Rechtspraak ‘Burgers op de stoel van de rechter’ 2006
(12) Raad voor de Rechtspraak 2012

_______________

Staatssecretaris Teeven opent pilots herstelbemiddeling

Nieuwsbericht | 13-11-2013

Staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) heeft vandaag de aftrap gegeven voor vijf pilots waarin herstelbemiddeling centraal staat. Herstelbemiddeling helpt slachtoffers om financieel, praktisch en emotioneel te herstellen van de gevolgen van criminaliteit, door middel van contact met de dader.

In de vijf pilots wordt gekeken hoe herstelbemiddeling een plaats kan krijgen in de afhandeling van criminaliteit, binnen of buiten het strafproces. De inzet van mediation speelt een belangrijke rol in de pilots: gesprekken tussen slachtoffer en dader onder begeleiding van professionele mediators. De uitkomsten van zo’n mediation kunnen dan door de rechter of de officier worden meegewogen in de afdoening van de zaak. Ook zullen de uitkomsten van slachtoffer-dadergesprekken worden betrokken bij het opleggen van locatie- of contactverboden.

Eerder dit jaar maakte de staatssecretaris de criteria bekend waaraan herstelbemiddeling moet voldoen. Een belangrijke voorwaarde is bijvoorbeeld dat slachtoffers nooit kunnen worden gedwongen mee te doen aan herstelbemiddeling. De komende negen maanden zullen de pilots in de praktijk worden getoetst. Hiervoor is zo’n € 850.000 uitgetrokken. Naar verwachting zullen daarmee tussen de vijf- en zeshonderd zaken en mediations kunnen worden gefinancierd. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie laat de pilots evalueren. In dit onderzoek zullen de opbrengsten van bemiddeling in de verschillende fasen, de kosten en baten van de gesprekken en de verschillen tussen de soorten bemiddeling centraal staan. Het onderzoek is naar verwachting begin 2015 klaar. Aan de hand van de uitkomsten zal worden besloten op welke manier herstelbemiddeling structureel en landelijk kan worden ingevoerd.

_______________

Wetsvoorstel ter aanvulling spreekrecht

Wetsvoorstel ter aanvulling spreekrecht en uitbreiding SGM in consultatie Recent is het wetsvoorstel ter aanvulling spreekrecht ter consultatie aangeboden aan een aantal betrokken uitvoeringsorganisaties. Het wetsvoorstel beoogt een inhoudelijke uitbreiding van het huidige spreekrecht door middel van toevoeging van een adviesrecht voor (nabestaanden van) slachtoffers van spreekrechtwaardige delicten.

In het kader van dit adviesrecht kan de spreekgerechtigde de rechter adviseren over zaken als strafmaat en de schuldvraag. Van dit adviesrecht kunnen slachtoffers gebruik maken in aanvulling op het huidige spreekrecht, in het kader waarvan het slachtoffer alleen kan spreken over de persoonlijke gevolgen van het strafbare feit. Het staat het slachtoffer vrij om van het adviesrecht wel of geen gebruik te maken.

Daarnaast ziet dit wetsvoorstel op de uitbreiding van de reikwijdte van het SGM: ook nabestaanden van dood-door-schuld delicten in het verkeer kunnen een beroep doen op het SGM en de indieningstermijn voor een aanvraag bij het SGM wordt verlengd van drie naar tien jaar.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie nodigt graag ook de lotgenoten-organisaties uit om hun visie te geven op het concept-wetsvoorstel. Dat kan via de website https://www.internetconsultatie.nl/aanvulling_spreekrecht_slachtoffers, tot uiterlijk 14 november 2013. Deze website geeft de gelegenheid aan burgers om hun mening te geven over het wetsvoorstel in kwestie.

_______________

Teeven:
scherpere scheiding tussen adviserende en rechtsprekende taak van de RSJ

Nieuwsbericht | 27-06-2013

Er komt een duidelijke scheiding tussen de adviserende en de rechtsprekende taak van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming (RSJ), naar het model van de Raad van State. Ook wegen straks expliciet de belangen mee van slachtoffers en nabestaanden en de veiligheid van de samenleving in de beslissingen van de RSJ. Verder krijgt de procureur-generaal bij de Hoge Raad de mogelijkheid om cassatie in het belang der wet in te stellen tegen de uitspraken van de RSJ. Dit blijkt uit een wetsvoorstel van staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie dat voor advies naar verschillende instanties is gestuurd, zoals de Raad voor de rechtspraak en het Openbaar Ministerie.

De bewindsman vindt dat een adviserende en rechtsprekende taak binnen één orgaan weliswaar geaccepteerd is en in sommige gevallen ook waardevol kan zijn, maar dat het beter is voor de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de RSJ deze taken organisatorisch te scheiden. Hij wil voorkomen dat in een concreet geval partijdigheid - of de schijn daarvan - zou kunnen ontstaan. Zowel de adviserende als de rechtsprekende taak blijven opgedragen aan de RSJ als geheel, maar deze taken zullen worden uitgeoefend door de Afdeling advisering en de Afdeling rechtspraak die bestaan uit leden en buitengewone leden. De leden kunnen worden benoemd in beide afdelingen of in één van de twee afdelingen, de buitengewone leden maar in één van de twee afdelingen.

De brede erkenning van de belangen van slachtoffers en nabestaanden en de veiligheid van de samenleving, heeft ook gevolgen voor de rechtspraak van de RSJ. Zo leert de ervaring dat bijvoorbeeld een beroepszaak waarin de beslissing van de directeur om een gedetineerde geen verlof toe te kennen verder kan gaan dan enkel een geschil tussen een gevangenisdirecteur en een gedetineerde. Daarom wil de staatssecretaris de belangen van slachtoffers en nabestaanden en de veiligheid van de samenleving expliciet als toetsingsgrond in de wet opnemen om ze niet uit het oog te verliezen.

Tot slot kan straks de procureur-generaal bij de Hoge Raad cassatie in het belang der wet instellen tegen uitspraken van de RSJ, die nu de hoogste rechterlijke instantie binnen het penitentiaire recht is. Op dit moment is het niet mogelijk tegen beslissingen van de RSJ in cassatie te gaan bij de Hoge Raad. Met de wijziging worden de rechtsvorming en de rechtseenheid gediend, aldus Teeven.

_______________

Hogere straf voor geweld onder invloed van drugs of alcohol

Nieuwsbericht | 21-06-2013

Verdachten van een geweldsmisdrijf moeten straks rekening houden met een hogere straf als uit een zogeheten middelentest blijkt dat zij zich onder invloed van drank of drugs hebben misdragen. In dat geval telt de uitkomst mee bij de strafeis van de officier van justitie en de hoogte van de straf die de rechter oplegt. Middelengebruik wordt een strafverhogend element bij geweld. Opsporingsambtenaren kunnen verdachten verplichten mee te werken aan een onderzoek.

Dit staat in een wetsvoorstel van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie waarmee de ministerraad heeft ingestemd. Het is de bedoeling de aanpak van geweld onder invloed van drugs of alcohol te verbeteren zodat geweldplegers strenger kunnen worden gestraft. Daarmee wil het kabinet de veiligheid in het openbare leven en in huiselijke kring vergroten.

Alcohol en drugs spelen een belangrijke rol bij geweldsdelicten. Uit onderzoek komt naar voren dat bij geweld onder invloed in bijna de helft van de gevallen sprake is van 'zwaar geweld'. In een derde van de zaken leidde dit tot ernstig letsel bij slachtoffers. De verdachten waren vaak jong; 42% was nog geen 24 jaar.

Het voordeel van dit wetsvoorstel is dat het discussie op de zitting voorkomt over de vraag of, en zo ja, hoeveel drank of drugs de verdachte heeft gebruikt. Daarnaast kunnen - als onderdeel van de straf - voorwaardelijke sancties worden opgelegd om recidive en verslaving aan te pakken. Bijvoorbeeld een alcoholverbod, een locatieverbod of de inzet van erkende gedragsinterventies voor jongeren en volwassenen met als doel hun gedrag te veranderen.

De middelentest wordt alleen gebruikt in het belang van het onderzoek en bij een verdenking van een geweldsmisdrijf waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is zoals (zware) mishandeling  of openlijke geweldpleging. Ook moeten er aanwijzingen zijn dat het geweldsdelict onder invloed van drank of drugs is gepleegd.

Een middelentest bestaat uit een voorlopig onderzoek en een vervolgonderzoek. Bij het voorlopig onderzoek wijst een ademanalyse of speekseltest uit of drank en drugs in het spel zijn. Het vervolgonderzoek geeft nauwkeurig aan hoeveel alcohol of drugs de verdachte heeft gebruikt. Dit gebeurt onder meer door het bloed van de verdachte te onderzoeken. En dat is van belang voor de vraag of het gebruik van drank of drugs mee moet wegen bij de strafeis of de hoogte van de straf.

Ligt de uitslag boven de 1,0 milligram alcohol per milliliter bloed en voor drugs boven de 0,050 milligram per liter bloed dan komt strafverhoging in beeld. Experts onder leiding van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) vinden dat voor alcohol en drugs grenswaarden kunnen worden vastgesteld, waarboven het aannemelijk is dat gebruik agressie bevordert. Op dit moment kan (naast alcohol) alleen voor coca?ne, amfetamine en methamfetamine een relatie met geweld worden aangenomen.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

_______________

Symposium Slachtofferhulp 20 september 2012

VVRS bestuursleden Cor Sterkenburg en Rikus Scholing hebben woensdag 20 september 2012 het door Slachtofferhulp Nederland georganiseerde symposium "Slachtofferhulp zonder grenzen" bijgewoond. Besproken zijn de EU richtlijnen tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten en de bescherming van slachtoffers van misdrijven en voor slachtofferhulp. Deze richtlijnen zijn 12 september 2012 met grote meerderheid door het europees parlement aangenomen.
4 oktober 2012 beslissen de europesche ministers hierover.
Sprekers:
Ingrid Bellander Todino teamleider voor slachtofferrechten Europesche Commissie
Dr. Antony Pemberton Hoofddocent en Sociaalwetenschapper van de Universiteit Tilburg Deelnemers: Politie, Justitie, OM, Gemeenten, Slachtofferhulp en VVRS, ADS en VOVK.

_______________

Tweede Kamer stemt in met verruiming spreekrecht 29-05-2012
Een wetsvoorstel van staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie om het spreekrecht voor slachtoffers en nabestaanden te verruimen is vandaag met algemene stemmen aanvaard door de Tweede Kamer. Het bestaande spreekrecht wordt uitgebreid om beter tegemoet te komen aan de noden die in de praktijk zijn gebleken

Het wetsvoorstel maakt deel uit van het kabinetsbeleid om slachtoffers beter te ondersteunen. Spreekrecht kan het slachtoffer helpen bij de verwerking van het misdrijf en de dader confronteren met de gevolgen.

Nu nog mag één nabestaande zijn verhaal op de terechtzitting doen. Straks krijgen naast de (voormalige) levensgezel van het overleden slachtoffer maximaal drie nabestaanden het recht om op zitting te spreken. Dat kunnen een kind of ouder van het slachtoffer, maar ook andere familieleden zijn zoals grootouders, kleinkinderen, nichten, neven, tantes en ooms met wie het slachtoffer een hechte band had. Verder krijgen ouders of voogden spreekrecht bij minderjarige slachtoffers die vanwege hun jeugdige leeftijd niet in staat zijn op zitting te vertellen over de gevolgen van het misdrijf. Minderjarige slachtoffers die zelf op zitting kunnen spreken, mogen dat blijven doen.

Het spreekrecht kan ook worden uitgeoefend namens slachtoffers, als die als gevolg van het misdrijf lichamelijk of geestelijk niet in staat zijn om zelf het woord te voeren tijdens de zitting. De kring van sprekers is dezelfde als die van de nabestaanden. Slachtoffers of nabestaanden die zelf geen gebruik van hun spreekrecht durven of willen maken, mogen dat straks ook hun raadsman of medewerkers van Slachtofferhulp Nederland laten doen.